Let op! Geld lenen kost geld Let op! Geld lenen kost geld.
Ga naar pagina inhoud

Wat verandert er in de aanvraag en het dossier?

Als u vanaf 1 april een aanvraag voor een krediet indient moet u meer gegevens van uw klant aanleveren. De wijzigingen hebben betrekking op zeven onderwerpen. Hier leggen we per onderwerp uit wat er verandert in de methode, wat u (extra) aan uw klant moet vragen en met welke documenten u de gegevens onderbouwt.

Wat verandert er qua methode?
Het vakantiegeld, de zorgtoeslag, kinderbijslag en het kindgebonden budget worden meegeteld in de budgettering.

Wat verandert er in de aanvraag?
In de aanvraag verandert niets. Wij berekenen de gegevens met behulp van standaard formules van het Nibud. Deze formules zijn dus voor alle aanbieders van Consumptief Krediet gelijk.

Met welke documenten onderbouwt u de gegevens?
Er zijn geen extra documenten nodig.

Wat verandert er qua methode?
Er zijn twee veranderingen:

  • Huur en huurtoeslag vraagt u apart uit, wij nemen deze mee in de budgettering.
  • Bij inwonenden; hierbij wordt de woonlast een percentage van het netto inkomen, met een ondergrens van 400 euro.

Wat verandert er in de aanvraag?
Bij huur kunnen twee velden worden doorgegeven: huur en huurtoeslag.

Met welke documenten onderbouwt u de gegevens?
U onderbouwt de woonlast met een bankafschrift.

Wat verandert er qua methode?
Er veranderen twee dingen:

  • We vragen naar kinderopvangkosten en kinderopvangtoeslag omdat we deze moeten meenemen in de budgettering.
  • Er wordt een splitsing aangebracht in te betalen partneralimentatie en kinderalimentatie, omdat de partneralimentatie deels aftrekbaar is van de belasting.

Wat verandert er in de aanvraag?
Er komt een tweede veld bij voor alimentatie (kind- en partner-) en extra velden voor kinderopvangtoeslag en kinderopvangkosten.
Belangrijk: vraag aan uw klant of er sprake is van kinderopvangkosten en eventueel kinderopvangtoeslag.

Met welke documenten onderbouwt u de gegevens?
U onderbouwt de kosten en toeslagen voor kinderopvang met een bankafschrift. Indien van toepassing onderbouwt u de alimentatie met echtscheidingspapieren en een bankafschrift.

Wat verandert er qua methode?
Het vragen naar autobezit is nieuw. Er moet rekening worden gehouden met kosten die mensen maken voor hebben van een auto. Zowel in de budgettering als in de Bruto – Netto berekening wordt rekening gehouden met deze autokosten.

Wat verandert er in de aanvraag?
In de aanvraag vindt u nieuwe velden voor autobezit. Er kunnen maximaal drie auto’s per aanvrager worden opgevoerd. En per auto vraagt u vervolgens naar het soort autobezit (privé bezit, private lease, zakelijke lease met privégebruik of zakelijke lease zonder privégebruik). Afhankelijk van het soort auto vragen we extra informatie uit, zoals fiscale bijtelling en eigen bijdrage bij zakelijke lease. Belangrijk: vraag aan uw klant of er sprake is van autobezit.

Met welke documenten onderbouwt u de gegevens?
U onderbouwt de kosten voor een auto met een salarisstrook en een bankafschrift.

Let op: bij een zakelijke leaseauto met privégebruik moet er rekening worden gehouden met de fiscale bijtelling. Bij een aanvraag moet u altijd de verrekende fiscale bijtelling doorgeven. Dit is de fiscale bijtelling minus de eigen bijdrage. Op salarisstroken kan dit op verschillende manier zijn weergegeven. Hierbij twee voorbeelden:

In bovenstaand voorbeeld staan zowel de fiscale bijtelling als de eigen bijdrage vermeld bij de bepaling van het fiscaal loon (LOON LH). In dit geval mag u de vermelde eigen bijdrage van de fiscale bijtelling aftrekken om tot de verrekende fiscale bijtelling te komen. In bovenstaand voorbeeld is de verrekende fiscale bijtelling dus €550 – €150 = €400.

In bovenstaand voorbeeld staat alleen de fiscale bijtelling vermeld bij de bepaling van het fiscaal loon. De eigen bijdrage staat alleen vermeld bij de bepaling van het netto loon. In dit geval is de fiscale bijtelling door de werkgever al verrekend met de eigen bijdrage, en neemt u het bedrag over zoals dat op de loonstrook staat.

Wat verandert er qua methode?
Voorheen werd er bij alle dienstverbanden gerekend met een forfaitaire pensioenpremie. Bij dienstverbanden wordt voortaan gerekend met de werkelijke pensioenpremie als de klant pensioen opbouwt via de werkgever. Bouwt de klant geen pensioen op via de werkgever, dan wordt er alsnog met een forfaitaire pensioenpremie gerekend. Dit betekent dat we gaan vragen of de klant pensioen opbouwt via de werkgever. Als dit zo is dan willen wij het premiebedrag per maand weten.
Voorheen werd bij uitkeringen geen rekening gehouden met kosten voor pensioenopbouw. Vanaf 1 april worden deze kosten wel meegenomen, deze worden forfaitair berekend. Dit geldt voor alle uitkeringen behalve AOW. Ook bij pensioeninkomsten wordt er geen pensioenpremie berekend.

Wat verandert er in de aanvraag?
Bij dienstbetrekkingen vragen we of er pensioen wordt opgebouwd via de werkgever. Zo ja, dan moet ook de pensioenpremie worden ingevuld.
Bij uitkeringen hoeft u niets extra’s in te vullen. Wij houden rekening met een forfaitaire pensioenpremie in de Bruto-Netto berekening.

Met welke documenten onderbouwt u de gegevens?
U onderbouwt de pensioenpremie bij een dienstverband met een salarisstrook.

Wat verandert er qua methode?
Er veranderen twee dingen:

  • Een eventuele eindejaarsuitkering en/of 13e maand worden meegenomen in de budgettering en de Bruto – Netto berekening.
  • Er wordt rekening gehouden met overige premies die op het salaris worden ingehouden (WGA, WGA-hiaat, WHK etc.).


Wat verandert er in de aanvraag?

Er komen vier extra velden bij:

  • Vaste 13e maand (jaarbedrag).
  • Vaste eindejaarsuitkering (jaarbedrag).
  • Overige Bruto premies (maandbedrag).
  • Overige Netto premies (maandbedrag).

Deze gegevens zijn nodig om een correcte Bruto – Netto berekening te kunnen doen en ons op het juiste inkomen te kunnen baseren.

Met welke documenten onderbouwt u de gegevens?
U onderbouwt de gegevens met een salarisstrook. Voor de 13e maand en een eindejaarsuitkering een salarisstrook van december of een werkgeversverklaring om het extra inkomen aan te tonen of een jaaropgave.

Wat verandert er qua methode?
Voortaan moet er een maandlast voor de studielening in de budgettering worden meegenomen, ook als de klant nog niet is gestart met aflossen van de studielening. In dat geval nemen wij een percentage van de totale studieschuld mee als maandlast.

Wat verandert er in de aanvraag?
Klanten die nog niet zijn gestart met aflossen moeten hun totale studieschuld doorgeven.

Met welke documenten onderbouwt u de gegevens?
Als de klant al aflost dan onderbouwt u dit met een bankafschrift.
Als de klant nog niet aflost dan ontvangen wij graag een overzicht van de totale studieschuld uit ‘Mijn DUO’. U kunt dit document uploaden onder het documentsoort ‘Saldo Opgaaf’.

Downloaden overzicht totale studieschuld in ‘mijn DUO’
Uw klant vindt het overzicht totale studieschuld als volgt:

  • Ga naar https://www.duo.nl/particulier/inloggen-op-mijn-duo
  • Log in met Digid.
  • Ga naar in het overzichtsscherm naar ‘Studieschuld’.
  • Onder het kopje Aflosplan klik op ‘Bekijk schuldhistorie’.
  • Open ‘Saldo studieschuld start aflosfase’.

Maak een schermafbeelding van deze pagina. Haal het BSN-nummer van de klant door, wij hebben dat niet nodig.